Wat staat er in de Vlaamse informateursnota?

ANTWERPEN – Zoals verwacht heeft N-VA vandaag een nota voorgesteld aan Open Vld en CD&V, die als basis dient voor verdere onderhandelingen over een nieuwe Vlaamse regering. Onze redactie nam de nota door en somt de belangrijkste punten op.

De eerste pagina van de informateursnota is meteen ook pagina één van de Vlaamse Canon. Nieuwkomers moeten deze uit het hoofd kunnen opzeggen telkens de politie hen dat vraagt.
  • 120 000 mensen moeten in de komende legislatuur aan werk geholpen worden. De Vlaamse overheid neemt het leeuwendeel van die inspanning op zich door haar 28 645 ambtenaren vanaf 2020 effectief werk te geven.
  • Aanspraak maken op de sociale zekerheid kan voortaan pas als je al vijf jaar in Vlaanderen woont, het sjibbolet ‘schild en vriend’ kunt uitspreken, en trouwt zweert aan Jan Jambon met één hand op ‘Ons Kookboek’ van de KVLV.
  •  De cursus inburgering voor nieuwkomers wordt betalend. Zo wennen nieuwkomers meteen aan het feit dat ze als Vlaming altijd de rekening betalen. 
  • De VRT moet zich voortaan volledig focussen op haar kerntaak: het uitzenden van FC De Kampioenen.
  • Het Vlaams parlement moet afslanken. Volksvertegenwoordigers met een BMI boven de 26 moeten zich laten vervangen door een fittere partijgenoot.
  • Het onderwijs moet weer voluit inzetten op excellentie: leerlingen worden elk schooljaar onderworpen aan een middelentoets. ASO is voortaan voorbehouden voor de kinderen van ouders uit de twee hoogste inkomensdecielen.
  • Ook de wellness-sector krijgt nieuwe eindthermen.
  • Er komt een Vlaams Kanon, of als dat te duur of moeilijk haalbaar is, een Vlaamse Canon.
  • Goed nieuws voor daklozen: geen woning hebben wordt fiscaal gezien een pak interessanter aangezien de woonbonus in de komende jaren uitdooft.
  • In het kader van de bestuurlijke efficiëntie zullen Gent en Antwerpen in de komende vijf jaar fuseren.
  • De provincies worden afgeschaft. Om de politici die zo zonder inkomen vallen op te vangen worden nieuwe intercommunales opgericht die zullen toezien op de naleving van de (eerder genoemde) Vlaamse Canon.
  • Ter bescherming van de lokale primatenpopulatie worden Eeklo, Aalst, Tienen en Aarschot omgevormd tot nationaal park.

5 reacties op "Wat staat er in de Vlaamse informateursnota?"

  1. Ik vind het belangrijker om eens te kijken wat er niet in staat: Niets over het zoutgehalte van de zee, en dat terwijl Vlaanderen toch meer dan 60 km kustlijn heeft. Niets over de geslachten der engelen, nochtans onderwerp van discussie in elk Vlaams café sinds mensengeheugenis. Geen letter over Isabelle A, B of C volgens Wikipedia Vlaamse zangeressen en dus Vlaamse bevoegdheid. Niets over het onverdoofd doodmeppen van de tijgermug, enkel en alleen omdat het een exoot in Vlaanderen is? Over Siegfried Bracke, met ruime voorsprong op obesitas hét gezondheidsprobleem in Vlaanderen, spreekt de tekst niet. Evenmin als de wachtlijsten voor Hot Marijke, de staat van de prostaat (of het omgekeerde), het teveel aan noten op de balk in andermans oog, op zijn of haar zang of aan de boom, de preciesheid van chirurgische ingrepen door dokters met jeuk uitgevoerd, de oprukkende panda in Vlaanderen, de interpunctie in de Vlaamse taal, de nalatenschap van Bolleke en Piet Fluwijn, het speen van Liesbeth Homans dat nochtans plat Antwerps klapt, de Vlaamse gaai, Vlaamse stoverij of het Vlaams belang met inbegrip van zijn 800.000 paljassen. Van dat alles geen jota in de nota.
    Wat lezen we wél in de startnota: “’t Zijn weiden als wiegende zeeën, die groenen langs stroom en rivier – hier vredige dorpjes, daar steden”, zo bezongen generaties van Vlamingen ooit de schoonheid van onze natie (sic).

    Ja wadde, moet er nog zand zijn?

    Beantwoorden.
    1. Dat Het Schrijverke van een startnota zoveel oer-Vlaamse poëzie in zijn werk kan stoppen, noopt me tot volgende proeve in het schrijven van een beleidsnota:

      O krinklende winklende vechtmachien,
      Met ‘t zwarte leren bottineke aan,
      Wat zien ik toch geren uw kopke flink
      Al kloppend door ‘t straatken gaan!
      Gij leeft en gij roert en gij loopt zoo snel,
      Al zie ‘k u noch arrem noch been;
      Gij wendt en gij weet uwen weg zoo wel,
      Al zie ‘k u geen ooge, geen één.
      Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
      Verklaar het en zeg het mij, toe!
      Wat zijt gij toch, blinkende kopke fijn,
      Dat nimmer van kloppen zijt moe?
      Gij loopt over ‘t spegelend straatje klaar,
      En ‘t wegdek niet méér en verroert
      Dan of het een gladdige windtje waar,
      Dat stille over ‘t straatje voert.
      O vechterke, vechterkes zegt mij dan, –
      Met twintigen zijt gij en meer,
      En is er geen een die ‘t mij zeggen kan: –
      Wat klopt en wat klopt gij zoo zeer?
      Gij klopt, en ‘t en staat op de straat niet,
      Gij klopt, en ‘t is uit en ‘t is weg;
      Geen Christen en weet er wat dat bediedt:
      Och, klopperke, zeg het mij, zeg!
      Zijn ’t politiekers daar ge van kloppen moet?
      Zijn ‘t illegalen daar ge op slaagt?
      Zijn ‘t kasseikes of keikes of steentjes zoet,
      Of ‘t straatje, waardoor ge gaat?
      Zijn ‘t kiekes, kwietlende klachtgepiep,
      Of is ‘et het zwarte gewelf,
      Dat onder en boven u blinkt, zoo diep,
      Of is het u, klopperken, zelf?
      En ‘t krinklende winklende vechtmachien,
      Met ‘t zwarte leren bottineke aan,
      Het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,
      En ‘t bleef daar een stondeke staan:
      ‘Wij kloppen’ zoo sprak het, ‘al krinklen af
      Het gene onze Burgemeester, weleer,
      Ons makend en leerend, te kloppen gaf,
      Eén lesse, niet min nochte meer;
      Wij kloppen, en kunt gij die lesse toch
      Niet kennen, en zijt gij zoo bot?
      Wij kloppen, en kloppen en kloppen nog,
      Op den vreemden zijn kop’

      Beantwoorden.

Laat een reactie achter