Over De Raaskalderij

Geschiedenis

In 1836 richtten Archibald de Leugheneire en Achiel van Speybraeckel, twee werknemers van de oude ambachtelijke raaskalderij van Lovenjoel, na een mislukte staking een coöperatieve op die ze De Raeschkalderij doopten. Het kleine krantje had oorspronkelijk een erg syndicalistische inslag, maar de redactie breidde de verslaggeving al snel uit naar algemeen lokaal, nationaal en later ook internationaal nieuws.

De raaskalderij van Lovenjoel ca. 1830
De raaskalderij van Lovenjoel ca. 1830

De Raaskalderij groeide uit tot een nationaal toonaangevend kwaliteitsblad en het duurde niet lang of er kwamen kapers op de kust. Het aanvankelijke monopolie van de satirische vakbondskrant werd doorbroken toen nieuwkomer De Rechtzetting voor het eerst op de proppen kwam met een meer neoliberale kijk op het verzonnen nieuws. Beide publicaties voerden decennia lang een bikkelharde concurrentiestrijd, al lijken de vijandigheden de recentste jaren, sinds beide magazines definitief kozen voor een louter digitale distributie, wat afgenomen te zijn. Mediawatchers spreken in die zin soms van de zogenaamde Pax Satirica.

Legendarische redactieleden

Sinds haar oprichting heeft De Raaskalderij altijd kunnen rekenen op de bijdragen van de meest scherpzinnige pennen en opiniemakers. Enkele legendarische raaskallers waren:

  • Kevin Groenboeck, die de dt-regel uitvond nadat hij op een avond uiterst onstabiele, verrijkte raas liet reageren met de Woordenlijst der Nederlandse Taal. Veel tijd om van zijn uitvinding te genieten had hij echter niet, want de arme man kwam om tijdens het proces. Ter zijner nagedachtenis is de Woordenlijst der Nederlandse Taal tot op de dag van vandaag genoegzaam bekend als Het Groene Boekje.
  • Jefke Van Elverschele, de allereerste showbizzreporter van de Lage Landen, die de term ‘BV’ lanceerde.
  • Vladimir Mosschelschade, die het verzameld werk van Arthur Schopenhauer ontsloot voor het grote publiek. Het adagium ‘Alle vrouwen zijn hoeren’ en andere aforismen zijn sindsdien in het collectief bewustzijn van de Vlaming gegrift.
  • Rover Maan, die na een hersenbloeding alleen nog in het Engels schreef, maar dankzij dat euvel ook meermaals de Pulitzerprijs heeft gewonnen.
  • Magda Ten Brinck, de auteur van het feministische pamflet Mijn korset spant veel te hard.
  • Wigbert van Speybraeckel, naamgenoot maar geen familie van Ludo, die naast hoofdredacteur sport ook deel uitmaakte van het Belgisch nationaal korfbalteam dat in 1912 de halve finales bereikte op het officieus WK korfbal in Djibouti. Wegens zijn vuurrode haar en temperamentvolle gedrag op het veld ook wel bekend als ‘de ontplofte aambei van Bekkevoort’.

Huidige redactie

Jan-Pieter De Leugheneire

Jan-Pieter De Leugheneire
Jan-Pieter De Leugheneire

Het leven van Jan-Pieter De Leugheneire begon bijzonder turbulent. Hij werd verwekt tijdens het carnaval van Rio de Janeiro, als liefdesbaby van een Belgisch schrijver, een Braziliaanse sambadanseres en een chimpansee genaamd Bobo. Op tweejarige leeftijd lieten zijn ouders hem achter in de zoo van Lima, waar hij opgevoed werd door lama’s. Al snel rebelleerde een onstuimige De Leugheneire tegen de strikte sociale hiërarchie in de kudde. Hij liep weg en sloot zich aan bij een reizend circus, waar een variété-act met messen, een jonglerende olifant en het voltallige Vlaams Parlement één van de hoogtepunten in zijn repertoire werd. Toen het circus in België neerstreek leerde hij zijn vader kennen, die hem aan een job als letter- en koffiezetter bij De Raaskalderij hielp. Dankzij zijn uitzonderlijk literair talent, zijn zakelijk inzicht, fysieke dreigementen en vriendjespolitiek, klom hij uiteindelijk op tot hoofdredacteur. Vandaag brengt hij als primus inter pares rustige vastheid in de redactie van Vlaanderens meest betrouwbare krant.

Hans Van Elverschele

Hans Van Elverschele
Hans Van Elverschele

Junior writer en Amerikawatcher Hans Van Elverschele verdiende zijn journalistieke strepen tijdens de tweede Golfoorlog, toen hij als embedded journalist een hele wijk in Tikrit uitmoordde met een botte M16 (een lichtgewicht automatische mitrailleur van Colt).
Na zijn vrijspraak ging hij als junior writer aan de slag op de redactie van De Raaskalderij. Dankzij zijn kennis van het tweede amendement op de Amerikaanse Grondwet en zijn onverminderde fascinatie voor gratuit geweld en zware oorlogswapens, schopte hij het al snel tot de Amerikawatcher van de redactie. Hij houdt kantoor op de 294’ste verdieping van De Raaskalderij, van waar hij naar eigen zeggen Amerika daadwerkelijk kan zien liggen.

Van Elverschele komt alleen naar beneden als zijn kogels op zijn.

 

Puriet Groenboeck

Puriet Groenboeck
Puriet Groenboeck

Het leven van Puriet Groenboeck is getekend door een vijf maanden durende constipatie waar hij als peuter mee worstelde. In het toiletbezoek dat daar op volgde, vestigde de dreumes met een ontlasting van 16.3 kilo – meer dan het dubbele van zijn toenmalige lichaamsgewicht – een tot op heden ongebroken wereldrecord. Zijn fascinatie voor de menselijke spijsvertering dreef hem tot een doctoraat in de biologie, specialisatie fecaloombraken. Omdat hij niet aardde in het machtsgeile academische milieu, opende hij café Het Reine Vernunft op de grote markt in Tienen. Toen een zwaar gewapende Hans Van Elverschele daar een dronken caféruzie kon ontmantelen, kwam Puriet Groenboeck voor het eerst in contact met De Raaskalderij. Dankzij zijn ervaring met de liederlijke en volkse onderbuik van de samenleving werkte hij zich snel op tot trendspotter die wist wat de Vlaming écht bezig houdt. Na een proefperiode waarin hij enkele legendarische spotprenten tekende, werd hij al snel chef Beeld, Verontwaardiging en Overdrijving. Puriet is tevens overtuigd flexitariër.

Ernst Mosschelschade-Ten Brinck

Ernst-Mosschelschade-Ten Brinck
Ernst-Mosschelschade-Ten Brinck

Een volledige biografie van Ernst Mosschelschade-Ten Brinck zullen we waarschijnlijk nooit hebben. Daarvoor ontbreekt het De Raaskalderij aan financiële middelen, tijd en interesse. Wel kunnen we zijn zatte toogpraat documenteren en zo toch een beeld krijgen van zijn heroïsch verleden. Dat moet volstaan.
Ernst was, als vierde-generatieraaskalder, voor het auteurschap voorbestemd. Zijn overgrootouders Vladimir Mosschelschade en Magda Ten Brinck waren reeds actief in wat toen eufemistisch de redactie genoemd werd. Na zijn studies aan het Sint-Gaston Bergmanscollege ondernam Ernst een drie jaar durende reis door Wallonië: een avontuur dat hij bijna met zijn leven moest bekopen, toen hij en zijn Sherpa-gids op de weg van Namen naar Luik door een zware sneeuwstorm verrast werden. Een plaatselijke Walenstam bood hen voedsel en onderdak en redde zo hun leven. Dankbaar en geïnspireerd door het primitieve maar nobele Waalse volk wijdde Ernst de volgende tien jaar van zijn leven aan de studie van haar cultuur en orale tradities. Veel van wat we vandaag over de Walen weten, hebben we geleerd uit zijn magnum opus The Way of the Waal. Later voerde zijn journalistiek genoom hem naar de redactielokalen van De Raaskalderij waar hij als chef Wallonië de lezer met blijvende passie informeert over deze fascinerende maar te weinig bekende regio.

Lander Maan

Lander Maan
Lander Maan

Lander Maan (44) is een man van vele gezichten. Hoewel hij zelf de uitdrukking ‘twaalf stielen en dertien ongelukken’ liever niet gebruikt oefende Maan, voor zijn journalistencarrière bij De Raaskalderij aanving, twaalf eerdere voltijdse betrekkingen uit. Daarbij raakte hij in een onfortuinlijke samenloop van omstandigheden liefst dertien maal betrokken bij een arbeidsongeval. Het meest ingrijpende incident vond plaats in 1989, wanneer Maan, in die dagen werkzaam als trapezist bij Circus Ronaldo, na een tegenvallende avondvoorstelling werd neergeschoten door toenmalig circusdirecteur Hans Van Elverschele. Een lange revalidatieperiode en het feit dat Van Elverschele vanwege een procedurefout werd vrijgesproken, stemden Maan bitter, en gedurende enkele jaren trok hij zich in eenzaamheid terug. Het was in die meditatieve periode dat Maan het schrijven ontdekte, en zo langzaam opnieuw voeling kreeg met de buitenwereld. In de zomer van 2009 ging Maan voltijds aan de slag bij De Raaskalderij, waar hij als bij toeval opnieuw in contact kwam met Van Elverschele, die een wekelijkse column over vuurwapens publiceert. Hoewel Maan steeds heeft ontkend dat het zijn langetermijnplan is om wraak te nemen, lijken sluimerende geruchten in de wandelgangen het tegendeel te suggereren.

Ludo van Speybraeckel

Ludo van Speybraeckel
Ludo van Speybraeckel

Ludo van Speybraeckel werd in 1968 in Bekkevoort geboren als jongste telg in een gezin van elf. Al snel werd duidelijk dat Ludo hoogbegaafd was. Zo kon hij al lezen en schrijven toen hij drie maanden oud was en werd hij jaar na jaar de eerste van zijn klas in de gemeentelijke basisschool De Gelp.
Groot was dan ook de ontgoocheling bij zijn ouders toen hij een studie Taal- en Letterkunde verkoos boven Rechten of Burgerlijk ingenieur. Als student verbrak van Speybraeckel een wereldrecord door op 24 uur tijd achtenzeventig glazen Tripel Karmeliet op te drinken. De keerzijde van die medaille was dat Ludo zware hersenschade opliep, waardoor hij tot de dag van vandaag niet meer in staat is om zich met serieuze zaken bezig te houden.
Na zijn studies kon hij aan de slag als vorser in een irrelevant onderzoek rond humor aan de zinloze en maatschappelijk zelfs onwenselijke faculteit Letteren van de Universiteit Antwerpen (UA). Het is in die hoedanigheid dat hij in 2005 verhuisde naar de Somalische hoofdstad Mogadishu om aan de Catholic University Mogadishu (CUM) mee te werken aan een internationaal onderzoek rond de vraag of Afrikanen wel écht kunnen lachen. Toen de Unie van Islamitische Rechtbanken de macht greep, moest van Speybraeckel vluchten voor zijn leven. Dankzij een zwarte pietenkostuum kon hij zich mengen onder een aantal piraten die na een kansloze poging tot kaping van een Luxemburgse olietanker werden opgepikt door een fregat van de NAVO. Van Speybraeckel werd gered.
Terug in Vlaanderen schreef van Speybraeckel zijn ervaringen neer in het boek Baf! In Een Zwart Gat… met de bedoeling mensen te laten proeven van wat hij zelf omschrijft als ‘menswaardige negerhaat’. In 2009 ontmoette hij tijdens een signeersessie op de Boekenbeurs Hans van Elverschele, die hem voorstelde om te komen werken op de redactie van De Raaskalderij. Ludo van Speybraeckel heeft zich binnen de redactie in een mum van tijd ontpopt tot een noodzakelijke schakel wiens genuanceerde visie op de werkelijkheid door vriend en vijand wordt bewonderd.

4 reacties op "Over De Raaskalderij"

  1. Staan jullie achter bijdragen van derden? Ik heb een stuk geschreven over Liesbeth Homans en Zuhal Demir die klacht indienen niet tegen Unia maar bij Unia omdat zij beschuldigd worden van polarisering terwijl zij net vinden dat ze de boel samen houden.

    Beantwoorden.
  2. Op 27 februari had ik jullie gevraagd of jullie openstaan voor bijdragen. Ik vind niet direct een link op deze site om contact te zoeken, daarom stuur ik je via deze weg het stuk. Zie hieronder.

    Zumal Demir en Liesbeth Homans dienen klacht in bij Unia: “Men verwijt ons polarisering maar wij, en de hele N-VA trouwens, houden net de boel samen”.

    LIesbeth Homans, Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding en Zuhal Demir, staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, Grootstedenbeleid en Wetenschapsbeleid – met zo’n takenpakketten heb je geen mandaten nodig om tot een fatsoenlijk inkomen te komen, of het werk nog werkbaar is is een andere kwestie – hebben samen klacht ingediend bij Unia, het voormalig Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding.
    Een onverwachte wending toch wel nadat ze zelf eerst hadden gezegd dat Unia vooral een Centrum is voor Polarisering (Demir) en klagende allochtonen (Homans). Zo verwoorden ze het zelf:
    “Dat we zelf een klacht indien bij een Centrum dat we eerst kapittelen is niet zomaar een toeval. Velen zullen het weer wegzetten als goedkope politieke marketing maar wij zien het meer als een statement: het bewijst juist dat we ondanks onze kritiek Unia zien als een instelling die haar plaats heeft in het maatschappelijk debat. We geven toe dat er misschien enig opportunisme om de hoek piept maar we kunnen moeilijk voorbij de bestaande instellingen gaan als we bepaalde instellingen willen aanpakken. Wat weer maar eens bewijst dat we op en top een democraten zijn.”

    Maar wat de crux van de zaak betreft. Homans en Demir pikken het niet dat ze zelf worden weggezet als een minister en een staatssecretaris die meer van polariseren houden dan van inclusief besturen.

    Ze stellen de hele pers in gebreke. “Ze allemaal afzonderlijk opnoemen heeft geen zin, het zijn toch allemaal rode rakkers die alleen maar tot doel hebben fatsoenlijk rechtse mensen te … kloten. Excuses voor de ietwat aangebrande terminologie, maar politici hebben ook weke delen en de navenante gevoelens.

    Hun kritiek: “Dat men zegt dat wij polariseren is ten eerste nogal onsportief omdat wij de eerste waren die de term polariseren gebruikt hebben. Het doet ons denken aan onze kindertijd waarbij de quote “al wat ge zegt zijdde zelve” niet van de lucht was.
    Ten tweede over dat polariseren zelf. Dat ze zeggen dat wij willen verdelen terwijl onze démarches er net toe geleid hebben dat er een grote eensgezindheid in een niet onaanzienlijk deel van de samenleving is ontstaan is echt wel van de bok zijn… ja ik ga niet weer hetzelfde woord gebruiken, we komen net van een receptie nu we dit stuk schrijven – wat kan dat toch plezant zijn zo samen een stuk schrijven – en we moeten opletten dat we ons toch een beetje als fatsoenlijke regenten blijven gedragen.
    Wat we willen zeggen zullen we best via een paar uitspraken duidelijk maken. Ik, Liesbeth Homans, had gezegd dat 47% van de erkende vluchtelingen niet kan lezen of schrijven. Het Vlaams Inburgeringsagentschap waarvan ik voogdijminister ben, heeft gezegd dat dat 17% moet zijn. De knuppel in het hoenderhok natuurlijk! Los van het feit of ik dat nu wist of niet, ben ik er toch maar mooi in geslaagd de verontwaardiging van een hele groep mensen op te wekken. En is verontwaardiging niet een voorwaarde voor verandering, een motor van beschaving? Mijn collega, ons Zulma… pardon Zumal, heeft zelfs nog straffer uitgehaald. Zij zei dat Unia zich “belachelijk maakt” omdat het te veel met Zwarte Pieten bezig is. Ik heb het meer voor Gekleurde Pieten, maar kom, Zumal had Unia verward met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Johan Leman noemde het “trumpistische antipolitiek”. Geniaal toch als je ene Johan Leman, zowat de sinterklaas van de linkse zageventen, zo een uitspraak kan ontlokken. Reclame voor je zaak verzekerd!

    Bij beide voorbeelden die ik aanhaal van onze constructieve politiek van volksvereniging – we kregen bijna heimwee naar de VU van vroeger, kregen wij veel mensen tegen ons in het harnas. Dat is dan toch wel heel veel “wij” en een klein beetje “zij”. En we dachten toch wel dat die imposante wij-groep die op ons kritiek heeft erop wijst dat wij – weeral wij- toch wel in staat zijn om een grote groep mensen rond een idee te verzamelen. Van deugddoende inclusiviteit gesproken!

    Beantwoorden.

Laat een reactie achter