Lelijkste kindje ook vaak domste kindje van de klas

LEIDEN  – Onderzoekers aan de Nederlandse Universiteit van Leiden hebben het reeds bestaande vermoeden bevestigd dat er een recht evenredig verband bestaat tussen lelijkheid en domheid. Het onderzoeksteam onder leiding van vorser Jaap-Harald Melkmuyl heeft daarvoor als concreet onderzoeksdomein het lager onderwijs genomen.

– door Puriet Groenboeck en Ludo van Speybraekel –

De meeste lelijke kinderen weten dat ze minder kansen zullen krijgen in het leven

Door een unieke koppeling van multivariate regressieanalyses en moderne visietechnieken konden de Leidse wetenschappers miljoenen foto’s van kinderen tussen de 5 en 12 jaar en hun leerprestaties met elkaar vergelijken. “Dat de mooiste meisjes in tegenstelling tot hun uiterlijk meestal weinig tot geen verstandelijke troeven hebben, was al langer geweten, maar dat de spuuglelijke draken -zowel de jongens als de meisjes- in meer dan 95% van de gevallen dan ook nog eens absoluut achterlijk blijken te zijn, was wel een verrassing!” klinkt het enthousiast uit Melkmuyl’s mond.

“We moeten hierbij opmerken dat er bij de meisjes meer beweegt dan bij de jongens”, gaat de vorser verder. “De weinige meisjes met een normaal uiterlijk die dom zijn, worden namelijk bijna altijd lelijk met het ouder worden, terwijl de weinige lelijke meisjes die slim zijn bijna altijd dommer worden. Interessant zijn ook nog de verbanden tussen de jongens en de meisjes. Meisjes die een vergelijkbaar lelijkheidsniveau behalen als jongens van dezelfde leeftijd, zijn in de meest gevallen een pak dommer dan die jongens, wat er andermaal op wijst dat vrouwen in het algemeen minder verstandelijke capaciteiten hebben dan mannen”, aldus de gerespecteerde academicus. “Bovendien scoren half-mooie meisjes die ooit lelijk waren maar ondanks hun domheid zo slim waren van met mooie meisjes om te gaan, beter bij domme, knappe jongens dan bij heel aantrekkelijke jongens die vaak lelijk doen tegen sexy, slimme meisjes.”

Minder kansen

De oorzakelijkheid binnen deze opmerkelijk correlaties is een klassiek verhaal van de kip en het ei. Toch lijken de wetenschappers voorzichtig twee verklaringsgronden naar voren te schuiven. “Ten eerste lijken er pedagogische redenen te zijn voor deze cijfers”, verduidelijkt Melkmuyl. “Lesgevers kijken nu eenmaal liever naar schattige snoetjes dan naar ranzige vetbollen of rosse sproetmuilen. Doordat de lelijke kindjes systematisch minder aan het woord komen en zelden rechtstreeks worden aangesproken, lopen ze onherstelbare leerachterstand op. Bovendien weten de meeste mismaakten al van heel jongs af aan dat ze minder kansen zullen krijgen in het leven, waardoor het hen aan motivatie om kennis op te bouwen ontbreekt. Ze zijn misschien dan dom maar tenminste wel realistisch!”

Naast die pedagogische argumenten, haalt Melkmuyl ook nog enkele biologisch-evolutionaire redenen aan. Zo is scheelheid een frequent kenmerk van lelijkheid. Schele kindjes kunnen meestal maar beperkt zien en vergaren daardoor veel moeilijker goeie inzichten. Maar ook de verminderde auditieve capaciteiten als gevolg van flaporen kunnen de normale sociale interactie serieus verstoren, hetgeen domweg tot ongehoorde sociale uitsluiting en wereldvreemdheid leidt.

14 reacties op "Lelijkste kindje ook vaak domste kindje van de klas"

Laat een reactie achter